Wurd stiper fan Sint Piter

Mei jo bydrage kin in rike tradysje yn Grou yn stân hâlden wurde.

Fierder lêze

  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Het Sint Pitersprookje

Vanaf 1946 gingen de leerlingen van de hoogte klassen van de openbare school in december naar het Sinterklaassprookje in Leeuwarden. Maar in 1950 vonden drie leerkrachten, pas nieuw aan de school, dat niet passend. “We kunnen het zelf wel doen met Sint Piter.” En zo werd in 1951 “Ali Ben Hassan” opgevoerd voor de jeugd en ‘s avonds voor de ouders. Er ontstond een traditie, die tot nu toe steeds is blijven bestaan.

In 1958 werd het zogenaamde tweetalig onderwijs ingevoerd met in de onderbouw het Fries, de moedertaal van praktisch alle leerlingen. Mede daardoor werden vanaf 1959 alleen Friestalige sprookjes opgevoerd, geschreven door Grousters, of onderwijzers, die daar ooit voor de klas hebben gestaan.

Het eerste friestalige sprookje was “Piterke en de Marwiven”, gebaseerd op een gedicht van Eeltje Halbertsma over een heks die ‘s avonds het dorp onveilig maakte voor kinderen.

De zeer eenvoudige uitvoering van 1951 groeide langzaam uit tot professionaliteit in regie, grime ,kleding, decorbouw, geluid, belichting en muziek. Voor diverse onderdelen zijn speciale werkgroepen gevormd. Aan al die onderdelen wordt in het hoofdstuk aandacht besteed. Het “mearke” is één van de pijlers van het huidige Sint Piterfeest.